Verleden, heden en toekomst Stoomgemaal De Cruquius

Het stoomgemaal De Cruquius is genoemd naar Nicolaus Samuelz. Kruik, die volgens de toen heersende mode zijn naam liever een Latijnse vorm meegaf. Kruik werd zo Cruquius. Geboren in 1678 op Vlieland, ging hij in 1717 naar Leiden om medicijnen te studeren bij Hermanus Boerhaave, maar daar hield hij het niet bij, gezien zijn latere activiteiten als landmeter, cartograaf en waterbouwkundige. Bovendien hield hij dagelijks het weer bij; dat vond hij nodig om de waterhuishouding van het Delfland goed in kaart te kunnen brengen. Al in 1720 ontwierp hij een uitwateringssluis om de doorspoeling van de Katwijkse grachten te bevorderen, volgens een vernuftig principe waarmee op dat moment ook al de droogmaking van de Haarlemmermeer had kunnen plaatsvinden. Die Katwijkse uitwateringsluis kwam er pas in 1807 en de droogmaking van de Haarlemmermeer was pas in 1852 een feit. Cruquius zelf mocht dat niet meer meemaken, want hij stierf in 1754, bitter teleurgesteld dat zijn plannen niet waren gehonoreerd. Het water van de Haarlemmermeer had immers niet voor niets de bijnaam ‘Waterwolf’. Ook bij mooi weer vrat het doorlopend land weg. Bij de onverhoeds opstekende stormen kwam de Waterwolf helemaal los. Dat leidde indertijd tot watersnoodrampen van een omvang als die in Zeeland in 1953. Hele dorpen verdwenen, maar zolang de handel zich uitsprak tegen inpoldering, kon de Waterwolf doorgaan met verzwelgen van land en mensenlevens.

De Waterwolf bedwongen

Ook Jan Adriaanszoon Leeghwater, molenbouwer en waterbouwkundige en tijdgenoot van Cruquius, ontwierp een inpolderingplan met 200 poldermolens als basis. Die zouden echter niet de noodzakelijke kracht hebben gehad die de latere stoomgemalen wel opbrachten. In 1848 startte stoomgemaal De Leeghwater als eerste met droogmalen. In 1849 traden ook De Lynden en De Cruquius in werking en op 1 juli 1852 was de klus geklaard. De Haarlemmermeer was droog en er lag 185,28 km² land klaar om in gebruik te nemen.
Intussen staat De Cruquius nog steeds in volle glorie aan de Ringvaart, als eerbetoon vernoemd naar Nicolaus Cruquius, het genie dat zijn tijd zo ver vooruit was.
Die niet kon bevroeden dat met de inpoldering de basis werd gelegd voor dat typisch Hollandse visitekaartje: de hoogstaande technologie ten dienste van de waterhuishouding. Hij kon ook niet voorzien hoe belangrijk dat ingepolderde land zou zijn; de aanzuigende werking van Schiphol is immers van groot belang voor de economie, van zowel de Randstad als de rest van Nederland. Wat Cruquius voor ogen had was het voortbestaan van Nederland in fysieke zin. Hij voorzag destijds al dat Amersfoort aan zee zou komen te liggen als er niets gebeurde om het geweld van de Haarlemmermeerse Waterwolf in te dammen – letterlijk en figuurlijk – èn als de duinen zouden worden weggeslagen. Wie nu vanaf de Ringvaart het achterliggende land bekijkt, zal het opvallen dat het niveau zo’n vijf meter lager ligt. Doorkruist met verkeersaders, bezet door dorpen en stadjes die op de zeebodem zouden liggen, mocht het woeste water ooit zijn kans weer grijpen.

Industrieel werelderfgoed

Wie nu door stoomgemaal De Cruquius loopt kan niet anders dan onder indruk raken. Het mechanische hart van het gemaal, de machine die de acht zuigerarmen bedient, is door een Engelse firma ontworpen, vervaardigd en geplaatst zonder computers om modellen te ontwerpen en door te rekenen.Stoomgemaal de Cruquius
Zonder superkranen om de enorme onderdelen op hun plaats te brengen. Het is tegelijkertijd nog maar de vraag of we vandaag de dag in staat zouden zijn om die acht imposante smeedijzeren zuigerarmen te vervaardigen. En toch staat daar nog steeds dat kloeke neogotische gebouw, dat aandoet als een romantisch kasteel, met kantelen en gotische boogramen. Wanneer de schemering valt, zou een grazende eenhoorn niet misstaan.
Toch heeft ooit de slopershamer gedreigd, want vanaf 1912 was De Cruquius nog slechts reservegemaal. In 1933 vond de laatste ceremoniële pompslag plaats, koelden de ketels en verloor het gemaal zijn functie. Gelukkig was daar het KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs) dat streed voor het behoud van dit stukje industrieel erfgoed. Dankzij de ingenieurs dient het gemaal sinds 1934 als museum. In 1973 kwam het op de lijst van Rijksmonumenten, en in 1991 kreeg het de status van werelderfgoed. Geen mens zal het nu nog wagen om over sloop te praten. Integendeel, meer dan honderd vrijwilligers houden het gemaal vol liefde in stand. Er zijn slecht drie mensen in dienst, die bij elkaar niet meer dan twee arbeidsplaatsen invullen.

Intussen leeft de belangstelling voor De Cruquius; het gemaal is ondermeer opgenomen in de Europese Industrieel Erfgoed-Route en trekt dan ook vele bezoekers. In 1936 kwamen er 1.156 bezoekers. Tijdens de restauratie van het gebouw in 2010-2011 liepen de aantallen wat terug, maar het laat zich aanzien dat binnenkort de 25.000-grens weer zal worden overschreden. Al was het maar omdat er zoveel meer kan dan in verwondering rondlopen, zoals trouwen bijvoorbeeld.

Romantisch èn zakelijk

In de voormalige Waterschapszaal klinkt regelmatig het jawoord, sinds De Cruquius een officiële trouwlocatie van de gemeente Haarlemmermeer is. Het is er ruim genoeg voor een goed feest, aangezien er zo’n honderd gasten terecht kunnen. Het naastgelegen Theehuis Cruquius zorgt voor de inwendige feestvierder, van borrel tot high tea, van lunch tot diner. Het gemaal is omgeven door een mooie tuin, waar bruidsparen idyllische foto’s laten maken. Ook zakelijke relaties weten De Cruquius regelmatig te vinden voor bijeenkomsten, presentaties, of bedrijfsfeesten. Buiten de museumbezoekuren is het zelfs mogelijk het hele gebouw in het evenement te betrekken. Het is kortom uniek dat ‘wij in de Haarlemmermeer’ zo’n avontuurlijke en romantische locatie tot de beschikking hebben. De Cruquius heeft een meerwaarde met onverwachte kanten, want er vinden concerten plaats maar ook voorstellingen zoals door de toneelgroep Living History Kennemerland die de geschiedenis van het gemaal tot leven brengt. Of zelfs nieuwe voorstellingen bedenkt op basis van een fantasie: stel dat Cruquius via Boerhaave kennis heeft gemaakt met Carolus Linnaeus, de botanicus – waarover spraken zij? Of wat nou wanneer Cruquius in de gelegenheid zou zijn het stoomgemaal te bezoeken, door het gebouw te dwalen, wat zou hem dan het meest bezig houden? Wellicht nog steeds de waterhuishouding van Nederland, maar dan in het licht van de huidige milieutechnische ontwikkelingen?

Een droom

Na een langdurige restauratie van de machine kwam Prins Willem-Alexander in juni 2002 de – nu hydraulische – pomp weer in werking stellen, geheel passend bij het waterbeheer waarmee de prins zich sinds 1998 bezig houdt. Sinds de tijd van Cruquius is de dreiging van het water immers nog nooit buiten beeld geweest.De CruquiusDaarom heeft De Cruquius ook een belangrijke educatieve taak, voor de bezoekers uit binnen- en buitenland, en zoekt steeds weer naar mogelijke sponsors om nieuwe initiatieven te kunnen realiseren. Want neem nou de intensieve samenwerking van De Cruquius met het Historisch Museum Haarlemmermeer, het museum dat een beeld laat zien van de polder na de droogmaking, van pioniers, modelboerderijen en eenzaamheid in een uitgestrekt gebied. Die samenwerking is inmiddels uitgemond in een voornemen: een nieuwe locatie voor het Historisch Museum Haarlemmermeer, pal naast het stoomgemaal waardoor de aantrekkingskracht van het geheel nog groter zou zijn. Dat betekent ook in economisch opzicht nieuwe kansen voor de Haarlemmermeer, in de vorm van meer bezoekers, en langere verblijfsduur met alle aspecten die daaraan vastzitten. Ook Cruquius had ooit een droom, want hij wist hoe het verwoestende water was te bestrijden. Hij zag zijn droom niet in vervulling gaan omdat de handel en visserij – het toenmalige bedrijfsleven – dwars lagen. Afgemeten aan de economische kracht van de Haarlemmermeer is het huidige bedrijfsleven juist begiftigd met visie. Misschien is het een idee om samen met stoomgemaal De Cruquius en het Historisch Museum Haarlemmermeer die jongste droom te realiseren; hoe eerder hoe beter. Want alles van waarde is kwetsbaar, ook het kloeke stoomgemaal De Cruquius.


HMore Magazine Nr. 1
Tekst: Ilse Hesp / Foto's: Francis de Bruin en Gemeentearchief Noord-Holland

Share →